Duyvendak M, Veldhuis GJ. Vitamine B12-suppletie liever oraal dan parenteraal. Ned Tijdschr Geneeskd. 9 oktober 2009;153:B485.
Klassiek wordt in België en Nederland hypovitaminose B12 parenteraal gesubstitueerd, gezien de meest frequente oorzaak ligt in een gestoorde absorptie. In sommige landen zoals Canada en Zweden echter vindt 70-80% van de suppletie peroraal plaats.
Twee kleine gerandomizeerde studies hebben het effect van perorale substitutietherapie bij pernicieuze anemie nochtans aangetoond. Ook hier blijkt dus de kloof tussen ‘evidence’ en het veranderen van vastgeroeste gewoontes. In de praktijk merk ik dat wanneer men wel perorale substitutie opstart, men vaak multivitaminepreparaten gebruikt (type Befact Forte) die schromelijk ondergedoseerd zijn.
De bewijslast
Pernicieuze anemie wordt meestal veroorzaakt door auto-antistofvorming tegen parietaalcellen of intrinsic factor, waardoor de opname van vitamine B12 in het terminaal ileum verstoord raakt. Er blijkt echter ook een passieve diffusie van ongeveer 1% van het aangeboden vitamine B12 op te treden, zelfs in afwezigheid van intrinsic factor, maagzuur of een functionerend terminaal ileum. Via perorale megadosissen kan deze route dus benut worden om een absorptieprobleem tóch peroraal te overwinnen. De dagelijkse behoefte bedraagt 2,5 µg en dus zou een dagdosis van minimum 250 µg op theoretische gronden aangewezen zijn.
Uit verschillende studies (meestal wel klein en van lage kwaliteit) besluiten de auteurs van bovenstaand literatuuroverzicht dat de optimale dosis 1000 µg/dag bedraagt (ter info: Befact Forte bevat 20 µg cyanocobalamine, TribVit bevat 500 µg cyanocobalamine; men kan magistrale gellules van 1000 µg voorschrijven).
In een gerandomizeerde studie (Blood 1998) bij 33 patiënten met pernicieuze anemie, atrofische gastritis, ileum-resectie en diëtaire deficiëntie kregen de patiënten ofwel peroraal 2000 µg/d, ofwel intramusculaire injectie van 1000 µg op dag 1, 3, 7, 10, 14, 21, 30, 60 en 90. Na 2 en 4 maanden waren de vitamine B12-spiegels significant hoger in de peroraal behandelde groep. Er werden geen bijwerkingen vastgesteld.
In een tweede gerandomizeerde studie (Clin Ther 2003) met 60 patiënten met megaloblastaire anemie kregen patiënten 1000 µg/d peroraal of intramusculair gedurende 10 dagen, gevolgd door 1x/week gedurende 4 weken en 1x/maand onderhoud. Er was geen verschil in vitamine B12-spiegel op dag 90 of op andere eindpunten.
De auteurs van deze Nederlandse review besluiten:
“Bovenstaande studies zijn relatief klein met een beperkte follow-up. Wel blijkt dat orale suppletie bij patiënten met verschillende oorzaken van vitamine B12-deficiëntie even effectief is als parenterale suppletie, zowel in het verhogen van vitamine B12-spiegels als op klinische eindpunten.”
Achtergrond
De klassieke symptomen van vitamine B12 tekort zijn macrocytaire (megaloblastische) anemie en dorsale strengsclerose (met spierzwakte en evenwichtsproblemen, positief teken van Babinski en areflexie), maar waarschijnlijk zijn de neuropsychiatrische en atypische manifestaties zoals vermoeidheidsklachten frequenter. De neurologische en hematologische aantasting lijken qua ernst vaak niet te correleren.
De diagnose van vitamine B12 defficiëntie kan een uitdaging zijn.
- Bij bloedspiegels tussen 200 en 300 ng/L is er sprake van een borderline resultaat. In zulke gevallen kan meting van metabolieten zoals homocysteïne en methylmalonzuur nuttig zijn. Deze accumuleren wanneer er onvoldoende cyanocobalamine is voor de enzymatische verwerking van deze molecules.
- Antistoffen tegen parietaalcellen en intrinsic factor kunnen wijzen op een onderliggende atrofische gastritis, en het doseren van gastrine in het serum kan nuttig zijn wanneer deze antistoffen negatief zijn. De sensitiviteit van parietaalcel en intrinsic factor antistoffen is slechts 85% resp. 50%, maar de specificiteit is hoog (behoudens vals-positieven zoals bij ziekte van Graves).
De klassieke Schilling test wordt niet meer uitgevoerd (radioactieve intrinsic factor zou sinds de dollekoeienziekte ook niet meer beschikbaar zijn).
Naast atrofische gastritis, (medicamenteuze) achlorhydrie, gastrectomie en andere maagaandoeningen, aandoeningen van het terminaal ileum (Crohn, resectie), veganisme en pancreasinsufficiëntië zijn er nog enkele andere, zeldzamere oorzaken van vitamine B12 defficiëntie zoals hereditaire transcobalamine defficiëntie, infestatie met lintworden die voorkomen in Scandinavische vis (Dyphillobotrium) en blootstelling aan N20-anesthetica.
Wanneer het klinisch beeld van vitamine B12-defficiëntie optreedt met normale serumspiegels van het vitamine, of niet betert ondanks stijgende B12-spiegels, dient men te denken aan koperdefficiëntie, b.v. door excessieve blootstelling aan zink (reinigingsmiddelen voor tandprothesen!).
CONCLUSIE
Perorale macrodosissen (cyanocobalamine 1000 µg/dag, magistrale gellulen) kunnen zelfs bij malabsorptieproblemen gebruikt worden als therapie voor vitamine B12 defficiëntie
Parenterale (intramusculaire) substitutie houdt meer risico’s in en kan beter gereserveerd worden voor volgende situaties:
- patiënten met ernstige neurologische afwijkingen waarbij een snelle correctie te verkiezen valt,
- situaties van moeilijkere therapietrouw,
- wanneer bij controle de perorale substitutie tóch onvoldoende blijkt,
- problemen bij perorale therapie (slikstoornissen, diarree, nausea), of
- wanneer de patiënt dit verkiest











