Ewer EK et al. Pulse oximetry screening for congenital heart defects in newborn infants (PulseOx): a test accuracy study. Lancet. Online gepubliceerd 5 augustus 2011.
Achtergrond
Screening voor congenitale hartdefecten gebeurt enkel door prenatale echografie en postnataal klinisch onderzoek naar o.a. hartgeruizen, doch heel wat defecten worden gemist.
Methode
In deze studie, gesponsord door de Britse overheid, werden 20 055 asymptomatische mature pasgeborenen voor ontslag uit de materniteit gescreened met pulseoxymetrie. Indien deze afwijkend was, ondergingen ze een echocardiografie. Alle kinderen werden via registers 12 maanden opgevolgd voor eventuele gemiste hartdefecten.
Resultaten
Er waren in totaal 53 majeure hartdefecten (prevalentie van 2.6 op 1000), waarvan 24 kritiek. Een kwart (28.6%) hiervan werd enkel door de pulse oxymetrie screening ontdekt (sensitiviteit). Voor de kritieke afwijkingen bedroeg dit zelfs 58.3%.
De specificiteit bedroeg meer dan 99%, doch door de lage prevalentie kwam het aantal vals-positieven (0.8%, n=169) numeriek toch hoger uit dan het aantal afwijkingen. Hieronder waren er echter ook 6 niet-majeure hartafwijkingen en 40 andere ziektes die dringende behandeling vereisten.
BESLUIT:
Screening met pulse oxymetrie zou een nuttige aanvulling kunnen zijn bij de andere screeningsonderzoeken voor pasgeborenen (hielprik, klinisch onderzoek incl. voor hartgeruizen, congenitale heupdysplasie etc.), op voorwaarde dat er voldoende vlotte toegang is tot een ervaren pediatrisch echocardiografist. Het aantal vals-positieven is aanvaardbaar in vergelijking met andere screeningstests die nu reeds worden gebruikt, en het opsporen van andere cardiorespiratoire pathologie is een bijkomend voordeel. Bovendien toonde een nog grotere, vergelijkbare studie (BMJ 2009) dat klinisch onderzoek (wat wél wordt toegepast) een veel groter aantal vals-positieven oplevert, en dat pulse oxymetrie de mortaliteit door niet-gediagnosticeerde hartdefecten significant verlaagd.
