Gepost door: Michaël Laurent | 22 augustus 2009

Diagnostische nauwkeurigheid voor stemmingsstoornissen bij de huisarts: om depressief van te worden?

Mitchell AJ et al. Clinical diagnosis of depression in primary care: a meta-analysis. Lancet. 22 augustus 2009:347:609-619.

Britse psychiaters gingen in deze meta-analyse na hoe nauwkeurig de diagnose van depressie in de eerste lijn is. Ze verzamelden gegevens uit 41 studies met 50371 patiënten, waarvan gemiddeld 19.5% depressief waren volgens standaardinstrumenten.

Resultaten

500px-Depressed.svgGlobaal identificeerde de huisarts een depressieve patiënt correct in slechts 47·3% van de gevallen (95% betrouwbaarheidsinterval 41·7%-53·0%). Bij 33.6% van de depressieve patiënten stond deze diagnose ook correct in het dossier genoteerd (95 CI van 22·4% tot 45·7%).

In de 19 studies die zowel over- als onderdiagnostiek onderzochten, was er een sensitiviteit van 50·1% (95% CI van 41·3% tot 59·0%) en een specificiteit van 81·3% (74·5%-87·3%). De positieve predictieve waarde bedroeg slechts 42·0% (39·6% tot 44·3%) en de negatieve predictieve waarde 85·8% (84·8% tot 86·7%).

Toegepast op een cijfervoorbeeld van 100 willekeurige patiënten die een huisarts op de raadpleging ziet (uitgaande van een prevalentie van 20%), wil dat zeggen dat er 15 een vals-positieve diagnose van depressie krijgen, 10 een correcte diagnose van depressie en 10 gemist worden. 65 van de 80 patiënten zonder depressie zouden gerust gesteld worden. Bij lagere prevalenties (b.v. een landelijke praktijk met een depressiegraad van 10%), zouden 5 patiënten op 100 correct geïdentificeerd worden en 5 diagnoses gemist worden, met daarnaast 17 vals-positieve diagnoses en geruststelling voor 73 van de 90 niet-depressieve patiënten.

De diagnostische nauwkeurigheid verbeterde wel wanneer er niet gekeken werd naar eenmalige evaluaties maar wanneer de patiënt meerdere malen gedurende verschillende maanden werd geherevalueerd.

Bespreking

Een begeleidend editoriaal stelt terecht de vraag: “Zijn huisartsen werkelijk niet in staat depressie te diagnosticeren?” Er worden verschillende mogelijke oorzaken aangehaald voor de schijnbaar slechte cijfers: de korte tijd en het oppervlakkige beeld dat we in een eenmalige consultatie kunnen krijgen, het feit dat de patiënt zijn psychiatrische problemen kan verbergen, het gelijktijdig aanwezig zijn van angstproblemen of zware lichamelijke comorbiditeit, of de moeilijke diagnostiek bij patiënten die op het randje van depressief zijn.

De onderzoekers zeggen alvast dat hun studie niet bedoelt is als kritiek op de eerste lijn, maar eerder als een oproep om de problemen die zij kunnen ervaren. “Als de slimste psychiaters zelfs niet voldoende overeenstemmen over de diagnose van depressie, waarom verwachten we dan dat de huisarts de diagnose wél betrouwbaar kan vaststellen?” De nosologische indeling van de stemmingsstoornissen blijft immers een controversieel domein. Er zijn trouwens ook geen aanwijzingen dat andere niet-psychiatrische artsen het beter doen dan de huisarts -integendeel zelfs (J Gen Intern Med 2008).

Add to FacebookAdd to DiggAdd to Del.icio.usAdd to StumbleuponAdd to RedditAdd to BlinklistAdd to TwitterAdd to TechnoratiAdd to FurlAdd to Newsvine

Advertenties

Responses

  1. Slechts de helft van de mensen met een depressie wordt in de eerste lijn gesignaleerd en dat is vooral vanuit epidemiologisch standpunt moeilijk te verteren. Is screening op depressie een oplossing voor dit probleem? Al eerder bleek dit weinig effectief. Baas e.a. gingen actief op zoek naar depressies onder huisartspatiënten die daarop een verhoogd risico hadden. Van de patiënten die voor de screening werden uitgenodigd, reageerde 50 procent niet en van de nieuw ontdekte patiënten wenste 40 procent geen behandeling. Interessant was het number needed to screen: dit was 118 om een nog niet gediagnosticeerde depressieve patiënt te behandelen. Om één patiënt extra van een depressie af te helpen, kan dat aantal nog eens met 4 à 5 worden vermenigvuldigd. Screening op depressie in hoogrisicogroepen in de huisartsenpraktijk is dus niet effectief gebleken door het lage aantal behandelingen.
    Bron :Huisarts en wetenschap (Actief zoeken naar depressie?

  2. Als patiënt op volgende twee vragen ontkennend antwoordt, kan je quasi met zekerheid depressie uitsluiten. Belangrijk is dat de vragen betrekking hebben op de laatste 14 dagen, nl.
    1/voelt u zich het grootste deel van de dag somber, teneergeslagen, depressief?
    2/Is uw interesse voor de dingen en mensen om u heen duidelijk verminderd?
    Goede vragenlijsten zijn nuttig, zie website http://www.psychischegezondheid.nl/depressiecentrum


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: