Gepost door: Michaël Laurent | 22 januari 2010

Aanpak van droge mond

Droge mond: oorzaken en aanpak. Folia Pharmacotherapeutica, januari 2010.

Droge mond (xerostomie) is een symptoom van een (absoluut of relatief) gebrek aan speekselsecretie (hyposialie). Naast subjectieve ongemakken leidt het ook tot complicaties zoals cariës, candidose, halithosis, smaakstoornissen, problemen met slikken, kauwen en eten en problemen met gebitsprothesen. Sommige patiënten met droge mond hebben ook droge ogen (xeroftalmie) en vaginale droogte of dyspareunie.

De grote speekselklieren zijn de parotis, de sublinguale en submentale speekselklieren. Daarnaast zijn er honderden kleinere speekselklieren in de mond. Ze worden vagaal bezenuwd en produceren gemiddeld 5-600 cc per dag.

Burning mouth syndrome is een idiopathische aandoening die vooral voorkomt bij peri- en postmenopauzale vrouwen, waarbij een brandend gevoel wordt ervaren thv. de tong en evt. de orale slijmvliezen of lippen. Dit gaat meestal gepaard met smaakstoornissen en een gevoel van xerostomie, zonder evenwel afwijkingen bij klinisch onderzoek.

Oorzaken

Tot 64% van de patiënten met xerostomie gebruikt medicatie die mogelijks aan de basis van het probleem kan liggen. Meer dan 100 medicijnen zouden gelinkt zijn aan xerostomie, waaronder:

  • Anticholinergica, gebruikt bij bv. urinaire incontinentie, Parkinson, spasmolytica
  • Inhalatietherapie
  • Diuretica
  • Psychofarmaca: antidepressiva, antipsychotica, benzodiazepines, bupropion,
  • Oudere antihistaminica
  • Andere: carbamazepine, oxcarbazepine, disopyramide, bepaalde antitumorale middelen, alfa-blokkers, protonpompinhibitoren, clonidine, guanfacine, methyldopa, opiaten, radioactief jodium, sibutramine, …

De meest ernstige klachten van droge mond komen voor bij patiënten die radiotherapie van de hoofdhalsregio kregen, en bij patiënten met primair of secundair Sjögrensyndroom (dit kan optreden bij andere reumatische aandoeningen zoals lupus). Andere oorzaken van een droge mond zijn:

  • Angst en depressie
  • Deshydratatie, bv. door preoperatief vasten
  • Overmatige mondademhaling, hyperventilatie, tandenknarsen (bruxisme) of overmatig wegslikken van speeksel
  • Lithiase, tumoren, aangeboren afwijkingen van de speekselafvoergangen en parotitis
  • Endocriene oorzaken bv. schildklierdysfunctie of diabetes
  • Autonome dysfunctie, m.n. slecht gecontroleerde diabetes en Lambert-Eaton myasthenia syndroom
  • Neurologische stoornissen, bv. post-traumatisch, Bell’s palsy of cerebral palsy
  • Andere: AIDS, graft-versus-host mucositis, mucoviscidose, amyloïdose, sarcoïdose, vitaminedefficiënties, anorexie/bulimie, primaire biliaire cirrhose, …

Om verschillende redenen komt xerostomie meer voor bij ouderen, bij vrouwen en bij patiënten aan het levenseinde. Gebruik van alcohol, tabak en stimulerende drugs kan eveneens xerostomie verergeren of uitlokken.

Anamnese

Bij patiënten met reumatische klachten kan men screeningsvragen stellen naar monddroogte (bv. of de patiënt altijd een flesje water meeneemt of water moet drinken om droog voedsel te kunnen slikken), xeroftalmie en dyspareunie.

Bij patiënten die raadplegen wegens xerostomie kan men vragen naar cariës, halithosis of andere complicaties. Daarnaast dient de medicatielijst grondig te worden nagevraagd, net als rookstatus en andere autonome dysfunctie.

Klinisch onderzoek en investigaties

Bij klinisch onderzoek dient een grondige inspectie te gebeuren van de orale slijmvliezen, tanden en lippen. Daarnaast dient nagekeken te worden of er hypertrofie van de speekselklieren kan vastgesteld worden. Bij palpatie kan het moeilijk zijn speeksel uit de afvoergangen te drukken. Evt. kan een lithiase of tumor gevoeld worden.

Formele testing met kwantificatie van de speekselproductie (in rust en na stimulatie met bv. kauwgom) is mogelijk, vergelijkbaar met de Shirmertest bij xeroftalmie. Bloedonderzoek kan screenen naar onderliggende oorzaken (o.a. cofo, inflammatoire parameters, glycemie, ANF, TSH, vitamines, …). Beschikbare beeldvormingstechnieken zijn sialografie, echografie, CT, MRI, en scintigrafie. Een speekselklierbiopsie (van de parotis of een kleine lipspeekselklier) is zelden aangewezen.

Behandeling

De meest effectieve behandeling gebeurt waarschijnlijk multidisciplinair in samenwerking met een stomatoloog of tandarts in ernstige gevallen.

De doelstellingen bij de behandeling van xerostomie zijn:

  1. Het verbeteren van het comfort van de patiënt
  2. Voorkomen van complicaties zoals demineralisatie, vorming van cariës en infecties
  3. Evt. vaststellen van een onderliggende ernstige oorzaak

Basisprincipes bij de behandeling zijn o.a.:

  1. Preventieve maatregelen, bv. door selectieve bestraling
  2. Aanpak van de oorzaak indien achterhaald (bv. geneesmiddelen)
  3. Vermijden van verergerende factoren, zoals roken, koffie of alcoholgebruik
  4. Goede mondzorg, gebruik van fluoridebevattende tandpasta en nabije opvolging door de tandarts
  5. Verbeteren van de hydratatie, bv. door voldoende te drinken en evt. een luchtbevochtiger te gebruiken
  6. Stimulatie van de natuurlijke speekselsecretie, bv. door kauwgom of pilocarpine
  7. Speekselsubstitutie

Indien het een medicamenteus neveneffect betreft, kan een avondgift best vermeden worden gezien de speekselsecretie dan het laagst is en patiënten vaak veel last hebben tijdens de nacht of naar de ochtend toe.

Eenvoudige maatregelen die men kan gebruiken om de natuurlijke speekselsecretie te bevorderen zijn bv. het gebruik van suikervrije kauwgom of, bv. in de palliatieve setting, met lokale bevochtiging door het zuigen op een bevochtigd sponsje. Speekselsubstitutie kan het best gebruikt worden voor het slapengaan en wanneer de patiënt langdurig moet spreken. Preparaten beschikbaar in België zijn:

  • Biotène ® : Oral Balance Liquid, Oral Balance Gel, Mondspoeling
  • BioXtra ® : Bevochtigingsgel, Gel mondspray, Mondspoeling zonder alcohol, Suikervrije kauwgom, Zuigtabletten
  • Glandosane ® : mondspray
  • Evodry ® : mondspray
  • Xialine ® : Spray, Mondspoeling

Cholinergica zoals pilocarpine stimuleren de speekselsecretie. Voor anetholtrithion (Sulfarlem S25 ®) is weinig evidentie. Pilocarpine HCl kan magistraal voorgeschreven worden in gellules van 4.5 mg (in de studies bij radiotherapie, o.a. NEJM 1993, werd pilocarpine nitraat 5 à 10 mg driemaal daags gebruikt). Deze therapie kan best geleidelijk opgebouwd worden (bv. 1 comprimé per dag eerste week, 2 comprimés tweede week, 3 comprimés derde week, tot max. 6 co/d) op geleide van de tolerantie (cholinerge neveneffecten, vooral zweten, evt. ook nausea, braken, onwillekeurige mictie of defecatie, bronchospasme, bradycardie en hypotensie). Bij radiotherapie en Sjögren syndroom wordt dit volledig terugbetaald mits uitgebreid verslag aan de adviserend geneesheer.

In uitzonderlijke gevallen kan specialistische behandeling aangewezen zijn met neuroelektrische stimulatie (zgn. speekselpacemaker). In sommige studies werd een gunstig effect van acupunctuur gerapporteerd.

Add to FacebookAdd to DiggAdd to Del.icio.usAdd to StumbleuponAdd to RedditAdd to BlinklistAdd to TwitterAdd to TechnoratiAdd to FurlAdd to Newsvine

Advertenties

Responses

  1. […] overzichtsartikels. Onder andere de artikels over diagnostiek bij milde leverfunctiestoornissen, aanpak van droge mond en trigeminale autonome cefalalgieën behoren te de meest gelezen artikels van 2010 op onze […]


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: