Gepost door: Michaël Laurent | 17 juni 2010

Diagnose van androgeendefficiëntie bij oudere mannen

Wu FC et al. Identification of Late-Onset Hypogonadism in Middle-Aged and Elderly Men. N Engl J Med. Online gepubliceerd 16 juni 2010.

Achtergrond

Het testosterongehalte zakt met de leeftijd bij mannen zoals het oestrogeengehalte bij vrouwen, doch niet zo abrupt of spectaculair als in de menopauze. Of er een mannelijke tegenhanger van deze hormonale overgang bestaat, blijft ter discussie staan.

Voor deze studie werd gekeken naar het totaal en vrij testosterongehalte en 9 potentiële symptomen die een verband zouden kunnen houden met androgeendefficiëntie.

Methode

Onderzoekers uit 8 Europese centra waaronder Leuven gebruikten gegevens van de European Male Aging studie (EMAS), waarbij uit de populatie 3369 mannen tussen 40 en 79 jaar werden geselecteerd. De mannen werden uitgebreid bevraagd en hun endocrinologisch profiel volledig in kaart gebracht. Hun gegevens werden in twee groepen verdeelt, waarbij de tweede groep diende om de resultaten van de eerste groep te valideren.

Resultaten

Er was enkel een associatie tussen een verlaagd testosterongehalte en 3 symptomen: een zwakke ochtenderectie, erectiele dysfunctie, en een lage seksuele drive. Andere symptomen zoals verminderde mogelijkheid voor hevige inspanningen, depressie of vermoeidheid toonden niet dezelfde concordante associatie met testosterondaling.

Er was geen significant voordeel van het bepalen van vrij i.p.v. enkel totaal testosteron. Volgens de criteria uit deze studie waren er maar 2.1% van de mannen met ouderdoms-androgeendefficiëntie. In de leeftijdsgroepen 60-69 jaar was dit 3.2%, en bij de 70-79-jarigen was het 5.1%.

Als alleen gekeken werd naar biochemisch te laag testosterongehalte, zou 23.3% van de cohorte zogezegd aan androgeendefficiëntie lijden. Ook de seksuele stoornissen op zich kwamen allemaal vrij frequent voor bij ouderen. Er is dus een grote overlap tussen ouderdoms-androgeendefficiëntie en typische klinische en biochemische verouderingsfenomenen bij mannen.

BESLUIT

De auteurs stellen voor androgeendefficiëntie te diagnosticeren bij een totaal testosteron <3.2 ng/mL (wat goed overeenkomt met de huidige richtlijnen) en de aanwezigheid van 3 seksuele symptomen. Daarmee is echter nog niet aangetoond dat androgeensubstitutie tot positieve uitkomsten leidt. Het betreft ook een cross-sectionele studie met enkel de basis gegevens van de EMAS, terwijl een diagnose van androgeendefficiëntie best gebaseerd is op verschillende sequentiële metingen.

De voorgestelde criteria zijn eerder specifiek dan sensitief, wat goed is om overdiagnostiek van een controversiële aandoening te vermijden. Bij oudere mannen met erectieproblemen dient zeker ook naar andere factoren gezocht te worden; volgens de huidige evidence-based aanbevelingen is het doseren van hormonen zelfs niet nodig, omdat niet aangetoond is dat testosteron-substitutie effectiever en veiliger is dan b.v. fosfodiësterase-inhibitoren.

Verwant artikel

Belangenvermenging

De auteur plant een doctoraat in kader van de EMAS studie met twee van de auteurs als promotoren.

_

Add to FacebookAdd to DiggAdd to Del.icio.usAdd to StumbleuponAdd to RedditAdd to BlinklistAdd to TwitterAdd to TechnoratiAdd to FurlAdd to Newsvine

Advertenties

Responses

  1. […] Diagnose van androgeendefficiëntie bij oudere mannen (17 juni 2010) […]

  2. […] Diagnose van androgeendefficiëntie bij oudere mannen (17 juni 2010) […]


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: