Gepost door: Michaël Laurent | 27 juli 2010

Aanpak van alopecia areata

Harries MJ et al. Management of alopecia areata. BMJ. 23 juli 2010;341:c3671.

Alopecia areata wordt klinisch gediagnosticeerd als haarverlies eender waar op het lichaam zonder tekens van inflammatie en met bewaarde haarfollikels. Bij dermatoscopie kunnen er pathognomonische haarmisvormingen in de vorm van een uitroepteken gezien worden. Er is nagelpitting bij 10% van de patiënten.

Het betreft een T-cel gemedieerde auto-immune aandoening die bij 20% familiaal voorkomt en geassocieerd is met andere autoimmuunziekten. De differentieel-diagnose omvat naast tinea capitis ook trichotillomanie (neurotisch uittrekken van de haren) en de zeldzamere cicatriciële vormen van alopecia.

Bij ongeveer de helft van de patiënten is er een spontane gunstige evolutie na 12 maanden, maar er kan ook herval optreden. De belangrijkste negatieve prognostische factoren zijn alopecia totalis (ganse hoofdhuid) of universalis (gans het lichaam), of bandvormig haarverlies aan de occipitale rand van de scalp (ophiasis). Andere negatieve prognostische factoren zijn prepubertale alopecia, atopie, geassocieerde auto-immuunziekten, nageldystrofie, langbestaande ziekte, en een positieve familiale anamnese.

De behandeling omvat steeds algemeen advies rond cosmesis en huidverzorging (dragen van bril bij verlies van wimpers, zonexpositie vermijden) en psychologische begeleiding. Een Cochrane review uit 2009 vond geen studies die aan vooraf bepaalde criteria voldeden. Men kan één helft van de scalp behandelen om het effect van de therapie te vergelijken met de onbehandelde zijde en op die manier te kijken of de therapie zinvol is dan wel geen verschil oplevert ten opzichte van de spontane evolutie.

Intralesionele injectie van corticosteroïden en lokale immunotherapie zijn de algemeen aanvaarde eerstelijns behandelingen. Klassiek worden steroïdinjecties gebruikt bij gelokaliseerde ziekte en topicale immunotherapie met 2,3-difenylcyclopropenone (DPCP) of squarinezuur dibutylester (SADBE) voor kinderen of voor meer uitgebreide ziekten. In tweede lijn kan minoxidil worden geassocieerd, alleen of in combinatie met andere producten. Er is minder evidentie voor topicale of systemische steroïden, maar in ernstige of refractaire gevallen kunnen perorale corticosteroïden geprobeerd worden. Andere immunosuppresiva of PUVA-therapie zijn niet aangewezen.

Verwante artikels:

Add to FacebookAdd to DiggAdd to Del.icio.usAdd to StumbleuponAdd to RedditAdd to BlinklistAdd to TwitterAdd to TechnoratiAdd to FurlAdd to Newsvine

Advertenties

Responses

  1. Weet er iemand waar er informatie te vinden is over hoe de aangehaalde behandeling kan gebeuren? Zowel in MFK als BCFI zijn DPCP of SADBE niet terug te vinden. Enkel vond ik een magistrale bereiding met minoxidil voor alopecia androgenetica:
    R/
    Hydroalcoholische oplossing met

    2 % minoxidil TMF

    dt 60 g

  2. Lijkt me toch eerder het terrein van de dermatoloog.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: