Gepost door: Michaël Laurent | 1 november 2010

Acute hoofdpijn: factoren die wijzen op subarachnoïdale bloeding

Perry JJ et al. High risk clinical characteristics for subarachnoid haemorrhage in patients with acute headache: prospective cohort study. BMJ. 2010; 341:c5204.

Licentie: cc-by-sa-3.0. Auteur: James Heilman, MD.

In deze prospectieve cohortstudie in zes Canadese spoedgevallendiensten werd nagekeken welke klinische elementen bij bewuste patiënten met acute hoofdpijn (n=1999) predictief zijn voor een subarachnoïdale bloeding. Het betrof patiënten die geen hoofdtrauma meldden en waarvan de hoofdpijn zijn piek bereikte binnen het uur (dus niet traag opgekomen).

Er waren heel wat variabelen in de anamnese die geassocieerd waren met subarachnoïdale bloeding:

  • oudere leeftijd (≥ 45 jaar)
  • snel begin (gemiddeld 3.4 minuten tot de hoofdpijn piekte)
  • pijnintensiteit op het piekmoment
  • begin tijdens fysieke inspanning (geen associatie met begin tijdens seksuele activiteit in deze studie)
  • wakker geworden van hoofdpijn
  • zwaarste hoofdpijn ooit (Eng. worst ever headache)
  • bewustzijnsverlies of geobserveerd bewustzijnsverlies
  • nood om te rusten/gaan liggen
  • Nekpijn of klagen van nekstijfheid
  • Braken
  • Toekomen op de spoedgevallen per ambulance

In het klinisch onderzoek waren er 3 predictieve variabelen: nekstijfheid, gestegen systolische en diastolische bloeddruk (gemiddeld bij de patiënten met SAB 160/90 mmHg).

Vervolgens werden verschillende beslissingsregels uitgewerkt waarmee op klinische basis een subarachnoïdale bloeding kon worden uitgesloten, met 100% sensitiviteit. De regel met de hoogste specificiteit en minste aantal onderzoeken was als volgt:

  • Aankomst per ambulance
  • Systolische bloeddruk ≥160 mmHg
  • Klaagt van nekpijn of -stijfheid
  • Leeftijd tussen 45 en 55 jaar

Patiënten met minstens één van deze criteria zouden dan verder onderzocht moeten worden, wat zou neerkomen op 64% van de studiepopulatie (in plaats van de 83% die nu verdere investigaties kreeg). Anderzijds kunnen dus overbodige onderzoeken (CT schedel, lumbaalpunctie) vermeden worden bij 36% van de gevallen. Factoren die in één van de 2 andere beslissingsregels werden weerhouden waren bewustzijnsverlies, begin tijdens inspanningen, braken en diastolische bloeddruk ≥100 mmHg.

BESLUIT:

Deze grote, goed uitgevoerde studie toont aan welke klinische variabelen (leeftijd, soort hoofdpijn, geassocieerde symptomen zoals braken, bewustzijnsverlies, hypertensie, begonnen tijdens een fysieke inspanning) interessant zijn om het risico op subarachnoïdale bloeding in te schatten bij patiënten met acute hoofdpijn op een spoedgevallendienst. Verder onderzoek is echter nodig voordat één van deze regels gebruikt kan worden; de clinicus kan de individuele parameters wel gebruiken om een globale risico-inschatting te maken.

Add to FacebookAdd to DiggAdd to Del.icio.usAdd to StumbleuponAdd to RedditAdd to BlinklistAdd to TwitterAdd to TechnoratiAdd to FurlAdd to Newsvine

Advertenties

Responses

  1. […] deze observationele cohortstudie (zie voor oorspronkelijke studie: JournalClub 2010) werden in de periode 2000 – 2009 in 11 Canadese tertiaire spoedgevallendiensten prospectief […]


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: