Gepost door: Michaël Laurent | 20 januari 2011

Geneesmiddeleninteracties: macroliden en calcium-antagonisten als voorbeeld

Wright AJ et al. The risk of hypotension following co-prescription of macrolide antibiotics and calcium-channel blockers. CMAJ. Online gepubliceerd 17 januari 2011.

Geneesmiddeleninteracties zijn frequent maar in de praktijk zijn de meeste artsen hier zich niet van bewust.

Een nieuwe Canadese case-controle studie bij patiënten die een calciumantagonist kregen toont nu dat gebruik van macrolide-antibiotica het risico op hospitalisatie voor hypotensie of shock verhoogt, afhankelijk van de sterkte waarmee deze antibiotica CYP3A4 inhiberen:

  • risico x 5.8 met erythromycine (sterkste inhibitie)
  • risico x 3.7 met clarithromycine
  • geen significante risicostijging met azithromycine (dat CYP3A4 niet inhibeert)

BESPREKING:

Een overzichtstabel van CYP-interacties vindt u hier via BCFI.be. De belangrijkste inhibitoren (-) en inductoren (+) in de praktijk zijn:

  • (-) Ketoconazole, itraconazole, voriconazole, miconazole, terbinafine
  • (-) Erythromycine, clarithromycine
  • (+) Rifampicine
  • (-) Protease-inhibitoren voor HIV, ritonavir
  • (-) Fluvoxamine, fluoxetine, bupropion, paroxetine
  • (+) Barbituraten, carbamazepine, fenytoïne
  • (-) Pompelmoessap, pomelo
  • (+) Sint-Janskruid, sigarettenrook

Voorschrijven van deze medicatie of voorschrijven bij patiënten die reeds deze medicatie nemen, zou een aanleiding moeten zijn om de tabel van geneesmiddeleninteracties er bij te nemen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: