Gepost door: Michaël Laurent | 5 mei 2011

Leukotrieen-antagonisten als eerstelijnstherapie voor astma? Een pragmatische RCT

Price D et al. Leukotriene Antagonists as First-Line or Add-on Asthma-Controller Therapy. N Engl J Med 2011; 364:1695-1707.

In twee gerandomizeerde studies werd bij astma patiënten in de eerste lijn in het Verenigd Koninkrijk therapie met een leukotrieen-antagonist (LTA) vergeleken met:

  • een inhalatie corticosteroïd voor de eerste behandeling (n=306), en met
  • het toevoegen van een langwerkende bèta-agonist (LABA) aan een inhalatie corticosteroïd (n=352)

Beide studies duurden 2 jaar en de patiënten bleven zeer goed opgevolgd (zeer laag verlies van deelnemers of weinig loss of follow-up, met een uitzonderlijk hoge retention rate: 92-97%). De studie werd voornamelijk gesponsord door de Britse overheid.

Het betrof een niet-placebo gecontroleerde, pragmatische RCT (ook wel praktische RCT genoemd): de studie includeerde een brede populatie representatief voor de routine praktijk (in tegenstelling tot de sterk geselecteerde groepen patiënten in de meeste astma-studies), met een leeftijd tussen 12 en 80 jaar, en de patiënten waren b.v. zelf verantwoordelijk om hun medicatie te gaan halen. In pragmatische studies worden vaak 2 behandelingsopties vergeleken (vaak is het dus comparative effectiveness research) i.p.v. een dubbelblinde placebo-gecontroleerde studie, omdat zowel blindering als placebo de normale klinische praktijk verstoren en dus kunnen vertekenen.

Resultaten

Het primair eindpunt (astma-gerelateerde levenskwaliteit) was equivalent in beide studies na 2 maanden, maar equivalentie kon na 2 jaar niet bewezen worden. Slechts 41-46% van de patiënten bleven hun inhalatietherapie nemen, tegenover 65-74% in de LTA-groepen. Er was geen verschil in astmascores of exacerbatiefrequentie.

BESLUIT:

De twee pragmatische RCT’s suggereren dat leukotrieen-antagonisten een interessante behandelingsoptie vormen als eerste therapie of als bijkomende behandeling bovenop een inhalatiecorticosteroïd bij astma. Er was een betere compliantie met deze orale medicatie, en bovendien zijn ze ook effectief voor oculonasale atopische symptomen.

Het voordeel van een pragmatische RCT is dat de vraagstelling en de populatie nauwer aansluit bij de klinische praktijk, in dit geval voor de eerste lijn. Nadeel is dat de statistiek minder zuiver is en dus moeilijker harde besluiten toelaat. In vergelijking met traditionele efficacy trials (vaak dubbelblind placebo-gecontroleerd) zijn ze meer generaliseerbaar (externe validiteit) maar hebben ze een lagere interne validiteit (meer methodologische beperkingen van de studie zelf).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: