Gepost door: Michaël Laurent | 6 augustus 2011

LP voor uitsluiten subarachnoïdale bloeding bij negatieve CT: enkel bij > 6 uur hoofdpijn

Perry JJ et al. Sensitivity of computed tomography performed within six hours of onset of headache for diagnosis of subarachnoid haemorrhage: prospective cohort study. BMJ 2011; 343:d4277.

Achtergrond

Licentie: cc-by-sa-3.0. Auteur: James Heilman, MD.

Klassiek wordt gezegd dat bij hoge verdenking op een subarachnoïdale bloeding (b.v. patiënt met hyperacute, extreem zware hoofdpijn; Eng. thunderclap worst-ever headache) een lumbaalpunctie (LP) moet gedaan worden om een subarachnoïdale bloeding uit te sluiten (men kijkt naar xanthochromia, geelverkleuring door aanwezigheid van gehemolyseerde rode bloedcellen). Bloed kan in de subarachnoïdale ruimte immers snel diffunderen en hemolyseren, zodat bij lang wachten de bloeding op CT niet meer zichtbaar zou kunnen zijn.

Methode

In deze observationele cohortstudie (zie voor oorspronkelijke studie: JournalClub 2010) werden in de periode 2000 – 2009 in 11 Canadese tertiaire spoedgevallendiensten prospectief 3132 volwassenen (>15 jaar) geïncludeerd die een multislice CT schedel (snedes van ca. 5 mm) ondergingen ter exclusie van een subarachnoïdale bloeding. In deze periode waren er 5424 potentiële studiekandidaten. De deelnemers hadden geen neurologische uitvalsverschijnselen of hoofdtrauma maar wel hoofdpijnklachten die hun maximale intensiteit binnen het uur na ontstaan van de klachten hadden bereikt.

De sensitiviteit en specificiteit van de originele CT scan werd vergeleken met de uiteindelijke diagnose, gesteld na o.a. CT, angiografie of lumbaalpunctie (deze verdere investigaties werden op niet-systematische wijze aangevraagd volgens de klinische omstandigheden, niet omdat de studie het vroeg). De helft (49.4%) van de patiënten met een negatieve CT-scan kreeg een LP.

Resultaten

Een subarachnoïdale bloeding werd vastgesteld bij 240 patiënten (7.7%). De sensitiviteit van de CT was 92.9% (95% CI 89.0% – 95.5%) met een negatieve predictieve waarde van 99.4% (99.1% – 99.6%). De specificiteit 100% en positieve predictieve waarde waren 100%. Bij 17 patiënten was er toch een subarachnoïdale bloeding ondanks de eerste negatieve CT schedel; bij elk van hen waren de klachten reeds > 6 uur bezig. Bij de 953 patiënten (30%) die werden gescand binnen de 6 uur na ontstaan van de klachten, was er een 100% sensitiviteit, specificiteit, positieve én negatieve predictieve waarde. Het verschil in aantal vals-negatieven was statistisch significant (eigen berekening: Fisher exact test P = 0.003).

BESLUIT:

Bij patiënten met klachten die kunnen wijzen op een subarachnoïdale bloeding en die zich presenteren binnen de 6 uur, is een moderne CT scan, afgelezen door een ervaren radioloog of neuroloog, 100% accuraat en dient dus geen lumbaalpunctie te gebeuren (tenzij er gedacht wordt aan andere aandoeningen, met name meningitis, hetgeen een vergelijkbaar klinisch beeld kan geven). Na of nabij dit interval van 6 uur dient bij klinische verdenking toch een lumbaalpunctie voor o.a. xanthochromie en celtelling te gebeuren, aangezien de globale sensitiviteit van CT (92.9%) voor een levensbedreigende aandoening zoals subarachnoïdale bloeding wel te laag is.

Verwante artikels:


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers op de volgende wijze: